Landelijk Congres Zwerfaval 2012

DWEILEN MET DE KRAAN OPEN

Landelijk Congres Zwerfaval    10 OKTOBER 2012 te NIEUWGEIN

INLEIDING

Aan de hand van het Motivaction Mentality onderzoek is inmiddels aangetoond en onderbouwd dat er een onderscheid kan worden gemaakt in hoe mensen staan in hun rol als burger. In het Mentality onderzoek worden acht verschillende milieus onderscheiden, acht groepen met sterk overeenkomstige levenswaarden. Om het model voor de praktijk werkbaarder te maken is voor burgerschapsstijlen een vierdeling gemaakt, voor de methodologische onderbouwing zie de toelichting in de boeken ‘De grenzeloze generatie’. Ieder persoon heeft van elk der genoemde groepen een aantal eigenschappen, maar de mate waarin verschilt aanzienlijk per individu. Meestal herkent men zichzelf redelijk goed in twee groepen en spreken twee andere groepen veel minder aan. Een korte beschrijving van de vier groepen:

DE GEZAGS- EN PLICHTSGETROUWE BURGER

Veelal behoorden de oudere generaties tot dit segment, zij luisteren en doen wat hen gezegd wordt; zij houden zich aan de regels. Man-vrouw rollen zijn duidelijk gescheiden. Orde, netheid en voorspelbaarheid voeren de boventoon. Autoriteiten, zoals de leraar, de dokter de politieagent genieten nog een natuurlijk gezag. Voor de overheid is deze groep een bijna ideale partij, omdat zij zo goed weten hoe het hoort en wat niet oor de beugel kan. En zij weten het niet alleen, zij houden zich er zelf  ook nog aan. Jaarlijks zien wij in de Mentality metingen de omvang van deze groep geleidelijk afnemen.

DE VERANTWOORDELIJKE BURGER

Het gaat altijd ergens over, ‘iets inhoudelijks’ of ‘een betere samenleving’; dat telt voor de verantwoordelijke burger. De beroepskeuze ligt vaker in onderwijs, zorg, journalistiek of bestuur. Idealistische  motieven wegen doorgaans zwaarder dan materialistische overwegingen. Deze groep wil graag leren en staat open voor andere leefwijzen en is het lang niet altijd eens met andere verantwoordelijke burgers. Een teleurstelling die men vaak moeilijk kan verwerken is dat andere mensen niet zo’n ontwikkeld verantwoordelijkheidsbesef hebben en veelal zelfzuchtiger in het leven staan. Overheidsmaatregelen worden doorgaans vanuit deze denkrichting ontwikkeld met een steeds frequenter falen van dat beleid als gevolg. Maar dat blijkt pas als de regels worden toegepast of een regeling financieel of anderszins uit de hand loopt. Voor verantwoordelijke burgers is het onverteerbaar en daarom veelal onbespreekbaar en ondenkbaar dat andere burgers er niet altijd zulke fraaie morele beginselen op na houden.

DE ZELFREDZAME BURGER

Pragmatisch van instelling kijkt deze groep altijd vanuit de instelling ‘als ik er wat aan heb doe ik mee, maar als het niet leuk genoeg is ben ik zo weg’. Eerder materialistisch van instelling zijn status en gadgets veel belangrijker dan bij de eerder genoemde twee groepen. Ieder voor zich, ik werk voor mijn geld en dat moet iedereen doen lijken zij vaker te denken. Solidariteit is meer iets van vroeger, nu moet iedereen vooral zijn of haar eigen boontjes doppen en als daarvoor de waarheid wat fraaier moet worden voorgesteld ‘moet dat gewoon kunnen’. Narcistische eigenschappen zijn vaker en sterker aanwezig, terwijl empatische eigenschappen (het je kunnen en willen verplaatsen in anderen) juist weer minder vaak aanwezig zijn. Je eigen successen zijn belangrijk en dat mag je ook laten zien aan mensen die daar niet om gevraagd hebben.

DE STRUCTUUR ZOEKENDE BURGER

Veelal zien zij zichzelf als ‘buitenstaanders’. De veranderingen die zich in de samenleving afspelen lijken zich vooral tegen hen te keren. Deze groep kan het allemaal minder goed volgen en veel van de goed bedoelde informatie en voorlichting bereikt hen minder dan de andere drie groepen. Ambities liggen doorgaans lager en het bredere, verder liggende perspectief wordt minder vaak gezien. Onzekerheid over de eigen positie en mogelijkheden is doorgaans groot, er bestaat veelal een angst om als ‘loser’ te worden weggezet. Naar anders denkenden bestaat een minder uitnodigende houding. De contacten in de eigen kring en de eigen woonwijk zijn vaak weer erg sterk. Bij internationale kampioenschappen kleuren de wijken oranje, uitdrukking van een trots en verbondenheid.

De omvang van deze vier groepen varieert naar regio en naar tijd. In sommige woonwijken treffen wij een mix aan, maar veelal domineren één of twee burgerschapsstijlen en kleuren zij die wijk. En die zogenaamde kleuren hebben niets met etniciteit te doen. Het zijn waardentyperingen die steeds onderscheidender worden dan etnische of culturele herkomst. Vijftien jaar geleden waren er aanzienlijk meer gezags- en plichtgetrouwe burgers, onder jongeren is die stijl van leven niet erg populair. Jongeren van nu, de grenzeloze generatie van 15 tot 24 jaar is in de eerste plaats zelfredzaam (afgerond 50%), structuurzoekend (afgerond 30%). Daarmee zijn 8 van de 10 jongeren getypeerd. Verantwoordelijkheid als burgerschapsstijl is onder jongeren de laatste jaren afgenomen (afgerond 15%) en gezags- of plichtsgetrouwheid is bijna een zeldzaamheid (afgerond 5%). Als deze verhoudingen zich zo doorzetten zal dit een ander stempel zetten op de samenleving van de toekomst. De vier verschillende groepen reageren ieder op hun eigen wijze. Zijn de gezags- en plichtgetrouwen eerder godvrezend en gehoorzaam, de willen de verantwoordelijken bij uitstek de  achterliggende motivatie horen. Zelfredzamen denken eerder aan hun eigen belang en zijn erg gevoelig voor financiële prikkels. Stuctuurzoekende burgers zijn behalve voor financiële prikkels ook erg gevoelig voor waardering. Waardering  versterkt het zelfvertrouwen.

ZWERFAFVAL

Wat betreft zwerfafval reageren de vier groepen ook weer zeer verschillend. De gezags- en plichtsgetrouwe burgers zullen nooit wat op straat gooien, zij pakken het nog eerder op. De verantwoordelijke burgers zijn erg nadenkend ingesteld en weten dat vervuiling  de gemeenschap geld kost, dat doen zij niet graag. Wij stellen hier niet dat het zwerfafval door de twee andere groepen wordt geproduceerd, maar reacties op het vraagstuk ‘zwerfafval’: “Dat wordt toch opgeruimd, daar betaal ik toch belasting voor?” of  “Al die anderen gooien het toch ook op straat, moet ik soms de braafste van de klas zijn, mooi niet!” getuigen niet van een hoge gezagsgetrouwheid of maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Uit representatief Motivaction onderzoek blijkt dat 7 van de 10 Nederlanders dagelijks zwerfafval ziet. Meer dan de helft van de Nederlanders ergert zich dagelijks aan zwerfafval. Twee derde van de Nederlanders vindt dat er voldoende afvalbakken en andere faciliteiten zijn en hoge boetes voor de vervuiler wordt door driekwart van de Nederlanders toegejuicht. Het is een kleine groep die openlijk toegeeft zelf snoep- of drankverpakkingen op straat te gooien. De als grootste bron van ergernis ervaren vorm van zwerfafval ‘restantverpakkingen van afhaalmaaltijden’ wordt naar eigen zeggen door ongeveer 10% van de Nederlanders gewoon ‘achtergelaten’.

Zwerfafval is dus ondubbelzinnig een bron van ergernis. Het lijkt er op dat slechts een minderheid zorgt voor een grote berg zwerfafval en dat die veroorzakers dat eigenlijk niet als een probleem ervaren.

Beleidsmakers die zich met het onderwerp ‘zwerfafval’ bezig houden staan in mentaliteit niet zo dicht bij de veroorzakers. Zo komt het dat de publiciteit campagnes ‘Houdt Nederland schoon’ en de ‘blikvangers’ hun doel voorbij schieten. Om het zwerfafval vraagstuk werkelijk aan te pakken zullen die beleidsmakers zich dus beter moeten verdiepen in de leefstijl en de principes van de veroorzakers. Wanneer die doelgroep beter op het netvlies komt zal ook duidelijk worden dat zij reageren op andere prikkels dat fraaie publiciteitscampagnes of ‘blikvangers’. Maar de prikkels waar de veroorzakers wel, of beter op reageren zitten niet in het arsenaal van de beleidsambtenaar. In de workshop heb ik dit tot in detail toegelicht.

Wilt u dit artikel in PDF vorm downloaden of printen klik dan hier