Moet Nederland met de op handen zijnde verkiezingen proberen rust te creëren in media en het maatschappelijke debat?

In een democratisch politiek systeem overheersen de vrijheden. Iedere burger is vrij er ‘welke mening dan ook’ op na te houden, iedere burger is vrij zich daarover uit te laten. Zo is het ook voor iedere burger vrij informatie te vergaren om zich te sterken in die opinie of om in gesprekken of debatten met anderen steun voor die opinie op te wekken. Beperkingen of restricties hierin, juist ten tijde van verkiezingen zijn verwerpelijk. Het is een inperking van vrijheden.

Landen met beperkingen

In een groot aantal landen in de wereld zijn er juist wel beperkingen, restricties of verboden om voorafgaande aan en tijdens verkiezingen hierover te communiceren. Hiermee wordt dus een deel van de burgers benadeeld. Geen enkel politiek regime (uitgezonderd Noord Korea) kan voorkomen dat hun onderdanen worden bevraagd over maatschappelijk-politiek gevoelige onderwerpen. Die gegevens worden, eventueel vanuit een ander land via internet rechtstreeks over de landsgrenzen geschoten. Dan zijn die gegevens in handen van opdrachtgevers en andere machthebbers. Een verbod of moratorium tot publicatie speelt de verdeeldheid tussen diegenen die informatie hebben en diegenen die dat niet hebben sterk in de hand. De polarisatie en daarmee de maatschappelijke verdeeldheid neemt toe.

Hoe accuraat zijn de stemgedrag onderzoeken precies?

Hoewel er kritiek is te formuleren op de accuraatheid van stemgedrag onderzoek, wijst langdurig en breed uitgezet evaluatie onderzoek uit, dat die verkiezingsonderzoeken er zelden ver naast zaten. Bij ieder onderzoek dat met steekproeftrekkingen is uitgevoerd moet rekening worden gehouden met een foutenmarge, bij feitelijke hertellingen van stemformulieren blijken ook altijd weer verschillen. Er kan worden gesteld (onderbouwd door empirische analyses) dat professioneel uitgevoerd opinie- en stemgedrag onderzoek de te verwachten patronen bevredigend weergeeft. 

Onderzoek naar het effect van beïnvloeding

Er is in de loop der jaren door wetenschappers veel onderzoek gedaan naar het effect van beïnvloeding. De conclusies kwamen tot heden altijd op hetzelfde neer: er is geen bewijs dat welke beïnvloeding dan ook een waarneembaar effect heeft in een bepaalde richting. Er zijn mensen die graag op een winnende partij stemmen, maar dat wordt weer gecorrigeerd door andere mensen die juist een verliezer willen steunen. Over het algemeen kan worden gesteld dat ’selectieve perceptie’ een machtig instrument is. Iemand met een bepaalde overtuiging of boosheid steunt een kandidaat en alles wat daar tegenin wordt gebracht, wordt of niet gehoord of als ’niet belangrijk’ of ‘onjuist’ verworpen voordat het zelfs maar serieus is getoetst op waarheid.

De invloed van wel of niet stemmen

Het formuleren van accurate voorspellingen wordt sterk bemoeilijkt door de vluchtigheid van de mensen. Kort na de Tweede Wereld oorlog lag dat anders; mensen stemden binnen hun ideologische zuil (katholiek, socialistisch, liberaal, etcetera). Nu gaat het veel meer om maatschappelijke thema’s zoals ‘immigratie’ en ‘klimaat’ of om persoonlijkheden die hen aanspreken. Daarnaast zijn de opkomst cijfers een grote vertekeningsfactor, Voor stemgedrag onderzoek kan iedere burger worden bereikt, als die vervolgens toch niet naar het stemhokje gaat werkt dat door in de uitslagen.

Er bestaan twee internationale branche organisaties ESOMAR en WAPOR, met wereldwijd duizenden leden die waken over de kwaliteit van het vergaren van informatie over opinie en gedrag.

Als Past President en bestuurder is Frits Spangenberg vele jaren actief in beide organisaties.